Water geven - niveau 3/4

1. Opdracht: Watergift en ziekten en gebreken

Water geven is het meest onderschatte werk in een kwekerij. Vaak wordt er of te weinig of teveel water gegeven. "Je moet veel eerder watergeven dan je denkt of dan wat je gevoel zegt", constateren deskundige boomkwekers. De bovenkant van de grond lijkt soms nog vochtig, maar dan kunnen de wortels wel droog zijn en daar gaat het om. En het vocht is vaak ongelijk verdeeld - sommige delen van het plantbed krijgen te veel en andere delen, bijvoorbeeld de randen, te weinig.


Het niet op de juiste manier water geven kan stress bij de planten veroorzaken. Het gevolg is een verschil in groei en ziektes. Door op de juiste manier water te geven, zal een plant sneller groeien, minder ziekten krijgen en een beter verkoopbare plant opleveren.

 

Ga naar de Beeldenbank Ziekten en Plagen.
 
  • Welke schimmels, insecten en mijten kunnen het gewas extra aantasten bij een te grote watergift?
  • Schrijf ook op welke schimmels, insecten en mijten het juist goed doen bij te droge omstandigheden in de kas.

 

Een goede watergift zorgt niet alleen voor het voorkomen van ziekten. Met een goede watergift krijgt de plant voedingsstoffen binnen. De voedingsstoffen kunnen in de plant terecht komen via de wortels of via de bladeren (bladmeststoffen).

 

Leg in je eigen woorden uit wat de functies zijn van de wortels van een plant en hoe de plant voedingsstoffen op kan nemen.
 

Voor extra informatie kun je de volgende websites bekijken:

Leg uit hoe verbranding van een plant tot stand kan komen.

2. Opdracht: Wanneer beregenen

Hoe kun je bepalen of het noodzakelijk is om te beregenen? Bij gebruik van weersgegevens is vooral informatie over de verdamping belangrijk. Hoeveel water een gewas verdampt, is afhankelijk van het gewas en het groeistadium.

 

Een nauwkeuriger hulpmiddel bij het tijdig water geven is de tensiometer. Met een tensiometer kan de zuigspanning op verschillende dieptes in de kluit worden gemeten. De zuigspanning geeft aan hoeveel moeite het de plant kost om vocht op te nemen. Als de zuigspanning te groot wordt, moet er beregend worden. Op deze manier kan voor elk type perceel een drempel worden vastgesteld waarbij geen gewasremming optreedt. De tensiometer kan ook gekoppeld worden aan de beregeningscomputer (ook wel regenautomaat genoemd).

 

Zoek op internet 3 verschillende tensiometers op (geleverd door Nederlandse bedrijven). Noteer de naam van het product, leverancier, de prijs en een omschrijving van de eigenschappen van de tensiometer.

3. Opdracht: Watergeefsystemen

Er zijn twee manieren waarop je gewassen water kunt geven:

 

Geef van onderstaande manieren van beregenen aan of het gaat om onderdoor of bovenlangs beregenen.

 
  1. tiksproeiers
  2. druppelbevloeiing
  3. eb- en vloedsystemen

 

Weet je het niet meteen, kijk dan bijvoorbeeld op de website van Mastop (kijk bij Watertechniek).

 

Wat is een ander woord voor druppelbevloeiing?
Bij welke van de 3 methoden komt het meeste water direct ten goede aan de plant?
Zoek van de 3 methoden enkele voordelen op of bedenk zelf voordelen.

4. Opdracht: Waterstromen in de containerteelt

Pot- en containerteelt vindt plaats op een gesloten-bed-ondergrond of een open-bed-ondergrond met drainage. In beide gevallen wordt het teveel aan neerslag afgevoerd. Dit regenwater waarin de planten hebben gestaan is verontreinigd met meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. Om dit water af te voeren moeten teeltbedrijven een recirculatiebassin aan te leggen. In dit bassin wordt het regenwater opgevangen dat afspoelt van de pot- en containerteeltvelden. Het water kan worden gefilterd en gerecirculeerd (hergebruikt) als gietwater voor de planten op de pot- en containerteeltvelden.

 

Op pot- en containerbedrijven zijn er dus twee waterstromen: schoon water (regenwater) en recirculatiewater (het water wordt hergebruikt).

 

Bron: Telermaat

 

Bekijk bovenstaand schema van een containerveld. Hoe wordt het overtollige water afgevoerd naar het recirculatiebassin?

 

Recirculatiewater wordt verzameld in het bassin en weer gebruikt als gietwater. De samenstelling van dit recirculatiewater is wel anders dan regenwater en daarmee moet je dus rekening houden als je het gebruikt als gietwater.

 

Maak een tabel waarin je de samenstelling van regenwater en recirculatiewater grofweg vergelijkt. Beschrijf welk water 'veel' of 'weinig' bevat aan:
 
  • voedingsstoffen voor de plant;
  • gewasbeschermingsmiddelen.

 

Waterschappen moeten vergunningen verlenen aan pot- en containertelers voor hun waterrecirculatie. In de vergunning staat beschreven hoe telers het waterbassin moeten gebruiken en in welke gevallen ze water mogen lozen in de sloot. Voor lozingen op oppervlaktewater bij pot- en containerteelt zijn (nog) geen algemene regels, de situatie wordt bij elke boomkweker beoordeeld.

 

Een lijst en een overzichtskaart van alle waterschappen in Nederland vindt je op de site van de Unie van Waterschappen.

 

Zoek op de website van het waterschap in jouw omgeving of er iets wordt gemeld over lozing van water voor de containerteelt. Beschrijf wat je hierover hebt gevonden.
Zoek op: Wat betekent de wet Wvo?

 

 

5. Opdracht: De Dosatron

Een Dosatron is een apparaatje dat veel kwekers tegenwoordig gebruiken in bijvoorbeeld de stekkas.

 

Zoek op wat een Dosatron is.
Ga naar een boomkwekerij (of eventueel glastuinbouwbedrijf) die een Dosatron heeft. Probeer uit te vinden hoe dit apparaat precies werkt en noem enkele voordelen van de Dosatron.

 

Extra informatie is ook te vinden op de website van:

 

6. Opdracht: Het zouter worden van gietwater

De boomkwekerij kan niet zonder beregening in de droge perioden. Een probleem is echter dat in het westen van Nederland het leidingwater en oppervlaktewater steeds zouter wordt. Een aantal boomkwekerijgewassen kan slecht tegen te veel zouten in het water. Het gaat dan om teveel natrium en chloor.

 

Om na te gaan hoe zout het water is, meten boomkwekers de EC van het water. De EC (electrical conductivity) is het elektrisch geleidingsvermogen. Hoe meer zouten het water bevat, hoe hoger de EC.

 

Naast de hoeveelheid chloride is voor de boomkwekerij ook de hoeveelheid ijzer in het water van belang. Bij gewassen die mét blad worden verkocht is een laag ijzergehalte in het water vereist. Bladverliezende gewassen kunnen met een hoger ijzergehalte worden beregend.

 

Bekijk de pagina Zoutgevoeligheid van boomkwekerijgewassen. Beantwoord dan de volgende vragen:

Wat gebeurt er met de plant als deze te zout water krijgt?
Welke boomkwekerijgewassen zijn erg zoutgevoelig?
Als je in een gebied bent met te zout water, moet je de gewassen dan meer of minder water geven? Leg uit waarom.

 

In de regio Boskoop moest in de zomer van 2006 door de droogte verzilt water uit de Hollandsche IJssel worden ingelaten. De zoutconcentraties in de Gouwe liepen op tot 400 mg chloride per l (ruim 11 mmol/l).

 

Hoeveel mmol chloor en natrium per liter mag gietwater voor zoutgevoelige gewassen bevatten?

 

Enkele tips bij water geven in containerteelt:

(Bron: Wilco Dorresteijn, DLV Plant)

 

Op een containerveld is de buitenste pot aan de buitenzijde soms droger dan een pot middenin het veld. Waar komt dit door?

7. Opdracht Duurzaam waterbeheer

Het moment van water geven moet gebeuren als de grond tot een bepaald niveau uitgedroogd is. Dit niveau wordt het 'kritisch vochtgehalte' van de bodem genoemd. Als de grond nog droger wordt, gaat de plant minder groeien. Het ene gewas heeft sneller last van droogte dan het andere, zodat dit kritisch vochtgehalte per gewas verschilt.

 

Water in de grond is geen 'vrij' water, maar wordt onder andere 'capillair gebonden'. Dit bindingsmechanisme kun je zelf zichtbaar maken door een fijne capillair (heel dun buisje) in contact te brengen met water. Je zult dan zien dat het water wordt opgezogen in het buisje. Wat dat betreft is de bodem vergelijkbaar met een spons.

Een plant kan niet al het water in de grond benutten; een deel van het water zit te sterk gebonden aan de gronddeeltjes. Je kunt dus best veel water in de grond hebben, maar dat is soms te sterk gebonden. Dit is bij komklei het geval. Zand heeft juist hele grote poriën, het bindt water niet sterk, dus geeft het water gemakkelijk af.

 

Je kunt een relatie meten tussen de hoeveelheid gebonden water en de sterkte van binding. De sterkte druk je uit in de 'pF'.

 

Lees pagina 1 van het artikel Op weg naar duurzaam waterbeheer - Telen met toekomst.

Noem 2 nadelen die optreden als je te vroeg beregent.
Hoeveel water wordt meestal per keer gegeven op een boomkwekerij op zandgrond?
Als de grond wat meer klei bevat, geef je dan meer of minder water dan in de vorige vraag? Leg uit waarom je denkt dat dit zo is.

 

8. Opdracht: Test je kennis

Weet je genoeg van de chemische gewasbescherming bij boomkwekerijgewassen? Klik in het linkermenu op Webquiz en test jezelf. Als je antwoorden fout zijn, klik dan op Tip en zoek op de website tot je het goede antwoord hebt.

9. Opdracht: Wat heb je geleerd?

Welke kennis en vaardigheden heb je geleerd in bovenstaande opdrachten? Kruis aan en vul verder aan op je antwoordvel:

0 informatie zoeken op internet

0 rapporteren en presenteren

0 samenwerken

0 kritisch lezen

0 ....................................................

0 ....................................................