WebQuiz Bodem en bemesten van boomkwekerijgewassen niveau 2 - Test je kennis

 

Wat weet jij al van het bestrijden van ziekten en onkruiden in de boomkwekerij? Er is hierover heel veel informatie op internet. Beantwoord onderstaande vragen en test je kennis.

 

 

 

 

 

1. In welke periode mag je dierlijke mest toedienen aan een perceel op zandgrond?

  1 januari tot en met 31 oktober.
  1 augustus tot en met 31 maart.
  1 februari tot en met 31 augustus.

 

2. Naast voordelen heeft het bewerken van de bodem ook nadelen. Welke?

  Bodembewerking zorgt ervoor dat de vruchtbare laag slechter bereikbaar wordt.
  Bodembewerking werkt onkruidgroei in de hand.
  Bodembewerking zorgt voor meer bodemleven, wat nadelig is voor de plant.

 

3. Welke grondsoorten moet je voor de winter invalt omspitten?

  Zand en Veen
  Veen en Klei
  Klei en leem

 

4. Met medewerking van boomkwekerij Michels is een smalle mestinjecteur ontwikkeld, speciaal voor de boomkwekerij. Met de injecteur kan organische mest worden toegediend. Waarom wil boomkweker Michels organische mest gebruiken in plaats van kunstmest?

  Het gebruik van organische meststoffen is goedkoper en organische mest heeft een langere werking in de bodem.
  Met organische mest mag je het hele jaar door bemesten. Kunstmest mag op sommige momenten in het jaar niet gebruikt worden.
  De boomkweker is verplicht om organische mest te gebruiken sinds het in werking treden van de nieuwe mestwet in 2006.

 

5. Wat betekent het wanneer een bodem basisch wordt genoemd?

  De pH-waarde van de bodem is lager dan 7
  De pH-waarde van de bodem is hoger dan 7
  De pH-waarde van de bodem is gelijk aan 7

 

6. Wat gebeurt er met deze machine?

  Steken van stekken in trays.
  Water geven van planten in trays.
  Vullen van trays met potgrond.

 

7. Wat is een bijzondere eigenschap van veen in potgrond?

  Veen heeft een zeer fijne structuur waardoor planten ook in samengeperst veen makkelijk kunnen wortelen
  Veen kan naast lucht ook veel water vasthouden
  Veen bezit van nature zeer veel voedingsstoffen voor de plant

 

8. Welke grondbewerkingsmethode heeft de voorkeur?

  Grondbewerking met een ploeg. Op deze manier wordt de grond goed gekeerd en het nog aanwezige onkruid ondergewerkt.
  Grondbewerking met een snelspitmachine die ondiep gaat. Wanneer de grond zo min mogelijk wordt gekeerd, komt dit de bodembiologie ten gunste.
  Grondbewerking door diepploegen. Hierdoor komt de grond goed los en komt de vruchtbare laag weer boven te liggen.

 

9. Waarvoor wordt een bodemmonster gebruikt?

  Met een bodemmonster bekijk je hoe de voedingstoestand van de grond er voor staat en of je moet bijmesten.
  Met een bodemmonster kun je bepalen wanneer de gewassen water moeten krijgen.
  Met een bodemmonster bekijk je of er voldoende bodemleven aanwezig is.

 

10. Waar staat de afkorting Ca voor bij sommige meststoffen?

  Calcium
  Kalium
  Koper

 

11. Wat is de Blgg voor organisatie?

  De afkorting Blgg staat voor Boomkwekerij Les Groep Gewas en bodem.
  De Blgg is een afdeling van Wageningen Universiteit die de bodem onderzoekt op bodemleven.
  De Blgg neemt onder andere bodemmonsters en onderzoekt deze op aanwezige meststoffen.

 

12. Wat is bladbemesting?

  A en B zijn beide goed.
  Aanvullende bemesting door het blad te bespuiten met een opgeloste meststof.
  Een specifieke bemesting waarmee steviger bladeren verkregen worden.

 

13. Wat kan er met een plant gebeuren wanneer je de plant teveel meststoffen toedient?

  De plant kan te snel gaan groeien waardoor de plant beschadigd en onverkoopbaar wordt.
  De plant zal teveel voedingsstoffen opnemen die de plant niet kan opslaan. De overtollige stoffen zullen de plant weer verlaten via de huidmondjes waardoor verlies optreedt.
  Wanneer een plant teveel meststoffen krijgt toegediend kan er verbranding van de wortels optreden.

 

14. Een NPK-meststof heeft een bijvoorbeeld een verhouding van 12-10-18. Wat houdt dit in?

  De meststof bezit 12% aan hoofdelementen, 10% aan sporenelementen en 18% aan kalk
  De meststof bezit 12% aan stikstof, 10% aan fosfaat en 18% aan kali
  De meststof bezit 12% aan nitraat, 10% aan potassium en 18% aan kalk

 

15. Tuinbouwgewassen worden vaak op substraat geteeld. Als bemesting wordt het substraat geĆÆnjecteerd met vloeibare meststoffen. Welke van onderstaande gevaren gelden bij het gebruik van vloeibare meststoffen?

  1. Wanneer twee verschillende meststoffen bij elkaar worden gebruikt, kunnen zeer giftige gassen vrijkomen.
  2. De meststoffen zijn vaak sterke zuren die zonder verdunning brandwonden kunnen veroorzaken.
  1 en 2 zijn beide juist
  1 is juist
  2 is juist