Bodem en bemesten - niveau 2

1. Opdracht: Bemesting

Planten hebben energie en voeding nodig om te kunnen groeien. Door de opname van zonne-energie kan de plant met behulp van koolstof en zuurstof zelf andere stoffen maken. De overige stoffen die de plant opneemt, worden via de wortels uit het groeimedium naar bovengrondse plantendelen getransporteerd en zijn de zogenaamde voedingsstoffen. Als van nature geen of onvoldoende voedingsstoffen in het groeimedium aanwezig zijn, kunnen deze tekorten aangevuld worden door bemesting.

Klik op de volgende link en beantwoord onderstaande vragen: De Tuingids.

 

Met welke 2 factoren moet je zeker rekening houden als je gaat bemesten?
Meststoffen bestaan vaak uit een combinatie van voedingselementen. In welke 2 groepen worden voedingselementen ingedeeld? Noem er van elk 3.
Wanneer spreek je van kunstmest en wanneer van organische mest? Zoek je antwoorden op met behulp van Wikipedia.

2. Opdracht: Bodemstructuur en bodemverdichting

Veel boomtelers pachten of kopen grond die voorheen was gebruikt voor de teelt van akkerbouwgewassen zoals maïs. Dit soort gewassen worden vaak met zware machines geoogst. Daarnaast worden vooral laanbomen geoogst in perioden wanneer de bodem vaak nat is en minder draagkracht heeft. Hierdoor is er op veel percelen al gauw sprake van een verdichte bodem.

 

Lees het volgende artikel over bodemstructuur.
 
  • Noem enkele nadelen van een verdichte bodem.
  • Wat kan een teler doen om de bodemstructuur goed te houden en te zorgen dat er geen verdichting optreedt?
Vooral op zandgronden hebben boomtelers nogal eens te maken met slemp.
 
  • Zoek op de website van Eurolab op wat slemp en slempgevoeligheid betekent.
  • Wat is het grote nadeel van slemp voor planten?

 

 

Bekijk het filmpje over de spitmachine en beantwoord de volgende vragen.
 
  • Welke grondsoorten moet je voor de winter bewerken?
  • Waarom mag je natte gronden niet bewerken?
  • Waarom wordt de bodem in het filmpje bewerkt?

3. Opdracht: Gebruik van compost in de boomkwekerij

Lees de volgende drie artikelen over compost:

 

Waarop moet je letten bij de aankoop van compost?
Noem 4 voordelen van compost ten opzichte van het gebruik van andere meststoffen.
Noem ook enkele nadelen van compost.

4. Opdracht: Nieuwe mestwetgeving en vanggewas

Tegenwoordig moeten boomtelers voor de hoeveelheid bemesting kijken naar de grondsoort en het gewas. Dat staat vermeld in de mestwet. Deze wet moet ervoor zorgen dat er minder meststoffen in het grondwater terecht komen. Meststoffen kunnen het grondwater namelijk vervuilen. Daarnaast kosten alle meststoffen die verdwijnen in het grondwater een teler veel geld. Deze meststoffen worden dan niet gebruikt bij de planten.

 

Veel boomtelers moeten vanwege de mestwet vanggewassen inzaaien op hun percelen.

Lees het artikel Boomkwekers zandgrond lopen vast op vanggewas op de website van AgriHolland. Wat is een vanggewas?
Welke gewassen mogen door boomtelers worden gebruikt als vanggewas?
Zoek in het artikel Stikstofvanggewas op wat mogelijke nadelen kunnen zijn van de teelt van vanggewassen.

5. Opdracht: Functie van meststoffen

Door de grond te bemesten zorgt de teler ervoor dat de plant voldoende bouwstoffen kan opnemen om zich gezond te kunnen ontwikkelen. In de mest die door telers wordt gegeven zit alleen maar een aanvulling op de benodigde bouwstoffen die een plant nodig heeft.

Kijk op de website van Yara. Schrijf op wat de functie is van de meststoffen stikstof, fosfaat en kalium.
Welke verandering van kleur zie je bij een plant die gebrek aan fosfaat heeft?
Wat zie je aan de bladeren van een plant die gebrek aan magnesium heeft?

6. Opdracht: Bodem en substraat

Op ieder bedrijf kom je bepaalde grondsoorten of substraten tegen; in één woord noemt men dit vaak het groeimedium. Denk maar eens aan kleigrond, zandgrond, potgrond maar ook bijvoorbeeld steenwol. Het is een heel belangrijk onderdeel van de teelt. Zonder groeimedium kan een plant niet overleven en zal dus ook geen productie opleveren.

 

Als we ons beperken tot de vollegrond als groeimedium, dan kun je stellen dat er in Nederland ruwweg 3 grondsoorten voorkomen.

 

Klik op onderstaand kaartje voor een grondsoortenkaart van Nederland.

 

grondsoortenkaart

Welke 3 grondsoorten komen het meest in Nederland voor?
Geef van elk van deze grondsoorten aan wat de belangrijkste eigenschappen ervan zijn. Zoek zelf op internet naar de juiste antwoorden. Geef van elke grondsoort aan op welke site je het antwoord gevonden hebt.
Op welke grondsoort wordt gekweekt in Opheusden? En op welke in Boskoop en Zundert? Om het antwoord op deze vraag te vinden moet je op het hokje klikken waar je vermoed dat de genoemde plaats ligt. Je krijgt dan een uitvergroting van dat gebied met alle plaatsnamen erbij.

 

Als met substraten wordt gewerkt, maakt het niet meer uit welke grondsoort er in een gebied voorkomt.

Ga naar de site van Horticoop en beantwoord de volgende vragen.

 

Wanneer noem je iets een substraat? doorwortelde potgrond
Kijk op de site van Vos Capelle en noem 4 voorbeelden van substraten.
Wanneer spreek je van een ideaal substraat? Probeer dit zelf te bedenken.
Klik op de afbeelding hiernaast en beantwoord de volgende vraag.
Op welk onderdeel wijkt buxuspotgrond af van potgrond die je voor perkplanten gebruikt?

 

7. Opdracht: Pot- en containerteelt

Bekijk het artikel van Agromilieu. Welke methoden van bijmesten worden gebruikt voor het bemesten van boomkwekerijgewassen in containers?
Waarschijnlijk wordt er op je stagebedrijf veelvuldig gebruik gemaakt van (verschillende soorten) potgrond.
 
  • Ga na welke soorten potgrond er op het bedrijf gebruikt worden.
  • Bekijk waar de verschillende soorten potgrond voor worden gebruikt.
  • Schrijf de specifieke eigenschappen van de soort grond op (denk aan vasthouden van vocht, luchtigheid, samenstelling, enzovoort).
  • Bekijk of er speciale stoffen of materialen zijn toegevoegd aan de grond.

8. Opdracht: Test je kennis

Weet je genoeg van het onderwerp bodem en bemesting bij boomkwekerijgewassen? Klik in het linkermenu op Webquiz en test jezelf. Als je antwoorden fout zijn, klik dan op Tip en zoek op de website tot je het goede antwoord hebt.

9. Opdracht: Wat heb je geleerd?

Welke kennis en vaardigheden heb je geleerd in bovenstaande opdrachten? Kruis aan en vul verder aan op je antwoordvel:

0 informatie zoeken op internet

0 rapporteren en presenteren

0 samenwerken

0 kritisch lezen

0 ....................................................

0 ....................................................